De eerste nacht met je pasgeborene

De eerste nacht met je pasgeborene samen is een bijzondere ervaring vol emoties en nieuwe indrukken. Terwijl de sterren aan de hemel stralen en de wereld om jullie heen in diepe rust verkeert, geniet je van die intieme momenten met je kleintje. Het geluid van zijn of haar zachte ademhaling en het warme, kleine lichaampje dat dicht tegen je aanligt, zorgen ervoor dat je je omringd voelt door een ongekende liefde. Elke kreun en geluidje wekt je aandacht, terwijl je je afvraagt wat er door dat kleine hoofdje gaat. Deze nacht markeert niet alleen het begin van een nieuw leven, maar ook de start van een prachtige reis vol ontdekkingen en onvergetelijke herinneringen. Het is een tijd van verbinding en wonder, terwijl je samen deze nieuwe wereld verkent.

Wat kun je allemaal tegenkomen

De eerste nacht met je baby is bijzonder, maar kan ook best even zoeken zijn. Er komt veel op je af en er kunnen allerlei vragen ontstaan. Hieronder vind je handige basistips voor de eerste uren samen. Kom je er niet uit, twijfel je ergens over of voelt iets niet goed? Bel dan gerust, ook midden in de nacht.


  Temperatuur van moeder en pasgeborene meten:


- Meet de temperatuur van moeder en baby volgens de afgesproken momenten.

-Meet de temperatuur van de baby bij voorkeur rectaal.

- Bij de moeder is een temperatuur lager dan 37,6 °C meestal normaal, zolang zij zich goed voelt.

-  Neem contact op met de verloskundige bij een temperatuur vanaf 37,5 °C als de moeder zich niet lekker voelt, koude rillingen heeft, buikpijn heeft, vies ruikend bloedverlies heeft of pijnlijke rode plekken aan de borst.

- Bij een pasgeborene ligt de normale temperatuur meestal tussen 36,5 °C en 37,5 °C.

- Bel de verloskundige als de baby kouder is dan 36,5 °C, warmer is dan 37,5 °C of als de temperatuur na maatregelen binnen 45 minuten niet verbetert.


Naar het toilet gaan:


- Probeer binnen enkele uren na de bevalling te plassen.

- Ga daarna bij voorkeur iedere drie uur naar het toilet, of koppel het toiletmoment aan het voedingsmoment van je baby.

- Het is normaal dat je in de eerste dagen niet altijd duidelijke aandrang voelt.

- Wacht daarom niet alleen tot je aandrang hebt, maar probeer regelmatig te plassen.

- Als plassen op het toilet lastig, spannend of pijnlijk is, kun je proberen onder de douche te plassen.

-  Warm stromend water kan helpen om te ontspannen, het branderige gevoel te verminderen, eventuele hechtingen schoon te houden en stolsels makkelijker los te laten komen.

- Geef aan als plassen niet lukt, pijn blijft doen of als je het gevoel hebt dat je blaas niet goed leeg raakt.


Uit bed komen, douchen en naar het toilet gaan:


- Kom rustig uit bed en laat je begeleiden zolang je je instabiel, duizelig of slap voelt.

- Vraag altijd om hulp bij twijfel, ook midden in de nacht.

- Een douche kan verfrissend zijn, maar neem de tijd.

- Ga zitten of roep hulp als je je niet stevig voelt.

- Gebruik bij het eerste douchemoment liever geen zeep, of alleen een zachte zeep.

-  Gebruik geen zeep bij je schaamstreek; spoelen met lauwwarm water is voldoende.


Vloeien en stolsels tijdens de eerste 24 uur controleren:


- Houd de hoeveelheid bloedverlies in de gaten.

- In de eerste uren kan het vloeien wat ruimer zijn, maar het mag niet blijven toenemen.

-  Grote stolsels tot ongeveer de grootte van een tennisbal kunnen voorkomen.

- Bel de verloskundige als er meer dan drie grote stolsels achter elkaar komen.

- Neem ook contact op met de verloskundige als je merkt dat je opvallend vaak moet verschonen, bijvoorbeeld twee keer binnen een uur.

- Neem contact op bij een onaangename geur, toenemende pijn, koorts of extreme krampen rondom de baarmoeder.

- Deze klachten kunnen wijzen op extra bloedverlies, een infectie of onvoldoende samentrekken van de baarmoeder.


Misselijkheid en spugen bij de pasgeborene herkennen:


- Een pasgeborene kan in de eerste dag wat slijm of vruchtwater opgeven.

- Kijk rustig of je baby goed blijft ademen, een gezonde kleur houdt en daarna weer ontspannen wordt.

- Als je baby het slijm niet goed kan opgeven, leg je baby dan rustig op de zij met het hoofdje iets naar beneden, zodat het slijm makkelijker uit de mond kan lopen.

- Je kunt de rug zachtjes wrijven of kloppen en met een schoon doekje zichtbaar slijm uit de mondhoek wegvegen.

- Blijf rustig bij je baby en neem contact op met de verloskundige als je baby benauwd blijft, blauw of grauw ziet, slap wordt, moeite heeft met doorademen of als je je zorgen maakt.

- Waarschuw bij benauwdheid, herhaald krachtig spugen of twijfel.


Veilig slapen van de pasgeborene:


- Leg je baby op de rug te slapen.

- Laat je baby slapen in een eigen bedje of wiegje met een stevig matras.

- Zorg dat het hoofdje vrij blijft.

- Gebruik geen kussens, losse dekens of knuffels in bed.


Ademhaling observeren:


- Kijk regelmatig of je baby rustig ademt en een normale kleur heeft.

- Pasgeborenen ademen soms onregelmatig; dat kan normaal zijn.

- Vraag direct hulp bij langdurige pauzes, kreunen, intrekkingen of blauw zien.


Plas- en poepluiers bijhouden:


- Noteer wanneer je baby plast en poept.

- Dit geeft informatie over de voeding en het welzijn van je baby.

- De eerste ontlasting is meestal donker en kleverig.

- Daarna verandert de kleur geleidelijk.


Navel controleren:


- Controleer of de navelstomp droog en schoon blijft.

- Een beetje indrogen hoort erbij.

- Meld roodheid rondom de navel, zwelling, pus, een vieze geur of nabloeden.


Temperatuur van je baby in de gaten houden:


- De normale temperatuur van een pasgeboren baby ligt tussen 36,5 °C en 37,5 °C.

- Meet bij voorkeur rectaal, omdat dit bij jonge baby’s het meest betrouwbaar is.

- Is je baby kouder dan 36,5 °C? Leg hem of haar huid-op-huid bij moeder of partner, doe een mutsje op en zorg voor voldoende warmte.

- Is je baby warmer dan 37,5 °C? Haal dan een mutsje, kruik of extra deken weg en controleer of je baby niet te warm is aangekleed.

- Meet na 45 minuten opnieuw.

- Bel de verloskundige als de temperatuur onder 36,5 °C blijft, boven 37,5 °C blijft of als je baby suf is, slecht drinkt, grauw of blauw ziet, kreunt of als je je zorgen maakt.


Borstvoeding eerste 24 uur:


- Leg je baby in de eerste 24 uur zo vaak mogelijk aan, bij voorkeur bij de eerste voedingssignalen zoals wakker worden, zoeken, smakken, sabbelen op de handjes of draaien met het hoofdje.

Het is normaal dat een pasgeborene de eerste dag soms nog slaperig is en kleine beetjes drinkt. De maag is nog klein en de eerste melk, colostrum, is geconcentreerd en precies afgestemd op je baby.

Veel huid-op-huidcontact helpt je baby wakkerder te worden, de borst te zoeken en de temperatuur en ademhaling stabiel te houden. Neem de tijd en zorg dat jij prettig ligt of zit, met voldoende steun voor je rug, armen en baby.

Let bij het aanleggen goed op de houding van je baby. Leg je baby buik tegen buik tegen je aan, of met het buikje volledig naar jouw lichaam toegedraaid. Zorg dat ook de heupen meegedraaid zijn met de buik, zodat je baby niet met het hoofdje hoeft te draaien om bij de borst te komen. Je baby ligt plat tegen jou aan, dicht bij de borst, met de neus ter hoogte van de tepel en de tepel tussen de neus en de bovenlip. Wacht tot je baby de mond wijd opent en breng je baby dan rustig naar de borst toe. Stop de tepel niet in de mond van je baby. Dan kan je baby geen goede grote hap maken en kan hij of zij aan de tepel gaan trekken in plaats van de tepel goed te masseren. Een grote hap helpt om de borst goed in de mond te nemen en ondersteunt een effectieve zuigtechniek.

Laat je helpen met aanleggen als het zoeken naar de borst lastig gaat, als het aan happen pijnlijk blijft of als je twijfelt of je baby goed drinkt. Een goede aanleg voelt meestal niet scherp pijnlijk. Je ziet je baby zuigen; de eerste drie dagen hoor je vaak nog geen slikken, omdat je baby dan vooral kleine beetjes colostrum binnenkrijgt.

Leg tijdens het voeden gerust een hydrofiele doek binnen handbereik. Dat is handig als je baby een beetje melk teruggeeft, als er melk langs het mondje loopt of als je andere borst ineens mee gaat lekken. Je kunt de doek ook gebruiken om het kinnetje zachtjes droog te deppen, je kleding te beschermen of je baby na het drinken even rustig tegen je aan te houden. Zo hoef je tijdens het voeden niet op te staan en blijft het moment voor jou en je baby zo ontspannen mogelijk.

In de eerste 24 uur draait borstvoeding vooral om oefenen, kennismaken en vaak kleine beetjes drinken. Je baby hoeft nog geen grote hoeveelheden binnen te krijgen. Door je baby vaak dichtbij te houden en regelmatig aan te leggen, help je de melkproductie goed op gang.

Let vooral op vroege voedingssignalen: wakker worden, zoeken met het mondje, smakken, sabbelen op de handjes of met het hoofdje draaien. Probeer je baby dan al aan te leggen; huilen is vaak een later signaal, waardoor aan happen soms lastiger wordt.

Is je baby slaperig? Leg hem of haar dan huid-op-huid bij jou of je partner, verschoon eventueel de luier of praat zachtjes tegen je baby. Soms helpt het om eerst wat druppeltjes colostrum met de hand uit te drukken en bij de lipjes te geven, zodat je baby alerter wordt en opnieuw wil zoeken.

Een voeding mag gevoelig zijn in het begin, maar hoort niet scherp pijnlijk te blijven. Blijft het pijn doen, haal je baby dan voorzichtig van de borst door je pink in de mondhoek te leggen om het vacuüm te verbreken en probeer opnieuw aan te leggen. Een rustige, brede hap helpt je baby om beter te drinken en voorkomt dat er aan de tepel wordt getrokken.

Wissel tussen borsten als je baby blijft zoeken of onrustig wordt, maar laat je baby vooral het tempo aangeven. Soms drinkt een baby kort en vaak, soms valt hij of zij snel weer in slaap. Dat kan de eerste dag normaal zijn. Vraag gerust hulp bij het aanleggen, ook als je alleen even wilt laten meekijken of de houding goed is.

Neem contact op met de verloskundige of kraamzorg als je baby niet wakker te krijgen is voor een voeding, niet wil aan happen, weinig krachtig zuigt, suf blijft, een afwijkende kleur krijgt of als jij je zorgen maakt.


De eerste 24 uur flesvoeding:


- In de eerste 24 uur heeft je baby meestal nog maar kleine hoeveelheden voeding nodig. De maag is nog klein en je baby moet wennen aan drinken, slikken en verteren buiten de baarmoeder.

Bied de fles rustig aan bij vroege voedingssignalen, zoals wakker worden, zoeken, smakken, sabbelen op de handjes of onrustig bewegen. Huilen is vaak een laat voedingssignaal.

Neem je baby dicht tegen je aan en zorg voor een rustige houding. Houd je baby iets rechterop, met het hoofdje goed ondersteund en de kin vrij van de borst, zodat drinken en ademen gemakkelijk gaan.

Laat je baby in een rustig tempo drinken. Houd de fles zo dat de speen gevuld is met melk, maar geef je baby ook korte pauzes als hij of zij loslaat, wegkijkt, melk uit de mond laat lopen of onrustig wordt. Zo krijgt je baby de tijd om te slikken, adem te halen en verzadiging aan te geven.

Het is normaal dat je baby in het begin kleine beetjes drinkt of soms wat voeding teruggeeft. Laat je baby tussendoor en na de voeding rustig boeren, vooral als hij of zij onrustig wordt, veel lucht lijkt te happen of de voeding moeilijk wegdrinkt.

Leg tijdens het voeden gerust een hydrofiele doek binnen handbereik. Die komt van pas als je baby wat melk teruggeeft, als er melk langs het mondje loopt of als je tussendoor even wilt deppen. Ook na het drinken is de doek handig wanneer je je baby laat boeren of nog even rechtop tegen je aan houdt. Zo kun je kleine beetjes melk makkelijk opvangen en blijft het voeden rustig en comfortabel.

Praktische tips voor de eerste nacht

Praktische tips voor de eerste nacht met je pasgeborene: Het kan een overweldigende ervaring zijn om de eerste nacht met je pasgeborene door te brengen. Je bent misschien vol blijdschap, maar ook een beetje nerveus over hoe je het beste voor je baby kunt zorgen. Zorg ervoor dat je een comfortabele en rustige omgeving creëert waarin zowel jij als je baby kunnen ontspannen. Houd alles wat je nodig hebt binnen handbereik, zoals luiers, een hydrofiele doek en extra kleertjes. Probeer een routine te ontwikkelen; dit kan helpen om je baby een gevoel van veiligheid te geven. Vergeet niet om ook goed voor jezelf te zorgen, zodat je in staat bent om voor je kleintje te zorgen. Neem de tijd om te genieten van dit bijzondere moment, want deze eerste nacht is de start van een prachtig avontuur samen.

Slapen in een eigen bedje, is aangeleerd gedrag

Veilig slapen advies draagt bij aan het zelfstandig leren slapen. Weet dat slapen een leerproces is, ook wel aangeleerd gedrag. Het volledig doorslapen kun je gaan aanleren tussen de 4 en 6 maanden. Wanneer je kindje net geboren is, vraagt het regelmatig, en met name de eerste 6 weken om minimaal twee wakker momenten in de nacht. De tijdstippen zijn per kindje anders.

De tips voor nu, is dus niet meteen iets wat je baby al kan, maar jullie gaan jullie baby helpen om op deze manier te gaan slapen.

Veilig slapen volgens ons Nederlands protocol

  • Leg je baby altijd op de rug te slapen, zowel overdag als 's nachts.
  • Laat je baby slapen in een eigen bedje of wieg op de ouderkamer, bij voorkeur gedurende de eerste 6 maanden. Laat de baby liever niet in het bed van de ouders slapen.
  • Maak het bedje kort op: de voetjes liggen tegen het voeteneind en het beddengoed komt niet hoger dan de schouders.
  • Gebruik een goed passend hoeslaken, een lakentje en een dekentje of een passende slaapzak. Gebruik geen dekbed.
  • Zorg ervoor dat de baby niet te warm ligt. Houd de slaapkamer bij voorkeur tussen de 16 en 18 °C en stem de kleding af op de temperatuur.
  • Gebruik geen hemeltje, bedbumper, loszittende beschermhoezen of andere zachte materialen in of aan het bedje.
  • Leg geen knuffels, kussens, touwtjes, losse dekens of speelgoed in het bedje.
  • Gebruik geen babynestje, voedingskussen of andere zachte materialen in het bedje, omdat deze de ademhaling kunnen belemmeren.
  • Gebruik geen plastic zeil direct onder de baby. Als een matrasbeschermer nodig is, gebruik dan alleen een goed ademende, hiervoor geschikte matrasbeschermer.
  • Zorg voor een rookvrije omgeving tijdens de zwangerschap en na de geboorte. Rook nooit in de ruimte waar de baby slaapt.
  • Wanneer een baby door medische redenen tijdelijk niet op de rug kan slapen, volg dan het advies van de verloskundige, kraamverzorgende of arts. Zodra dit mogelijk is, slaapt de baby weer op de rug.


Een voorverwarmd bedje zorgt ervoor dat de overgang niet zo groot is.

Een voorverwarmd bedje kan je baby helpen om te gaan slapen in het bedje. Hoe doe je dit?


Maak de kruik klaar zoals hieronder beschreven;


Begin met het toevoegen van één kopje koud water aan de kruik; dit beschermt de onderkant. Vul daarna de kruik verder bij met kokend water (plaats de kruik voor de veiligheid in de gootsteen of wasbak) totdat hij helemaal vol is, zodat er een kleine bol water bovenop ontstaat. Draai vervolgens de dop stevig vast. Let op: de fles is heet, gebruik daarom een doek om hem vast te houden. Droog de fles af en rol hem over het aanrecht om te controleren of hij lekt. Tot slot doe je de fles in een kruikenzak.


Leg de kruik op de slaapplek van je baby wanneer je baby er niet in ligt. Op het moment dat je de baby erin gaat laten slapen haal je de kruik eruit. En laat je je baby op de warme plek slapen. Let wel op dat de plek niet te heet is.

 

Rol de kruik in een dikke handdoek of in een celstof matje uit je kraampakket. Op deze manier blijft de kruik lekker warm.

Je kunt er ook een schone luier voor de baby omheen leggen. Dan is deze bij de volgende verschoning lekker warm.